Studiekatern De Bijbel, inleiding en overzicht

Door John L.Karsten

Inleiding

Vooruitblik en toelichting op enige Nederlandse Bijbels. Eerst worden in een korte algemene inleiding enige Nederlandstalige Bijbels besproken.  Dan volgt een overzicht van de grote lijnen in de Bijbel, daarna één of meer artikelen per Bijbelboek of groep boeken. 

Enige Nederlandse Bijbels

Het Oude Testament, het eerste deel van de Bijbel, is oorspronkelijk geschreven in het Hebreeuws en enige hoofdstukken in het Aramees. Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks, toen veel gesproken als handelstaal in de landen rond de Middellandse zee. De hele Bijbel is vaak vertaald. In wat volgt, sta ik stil bij enige Nederlandse vertalingen en hoe zij vertaald zijn.

Deze zijn: Statenvertaling (1637), Bijbel Vertaling 1951 (NBG), Willibrordvertaling (1995), Groot Nieuws Bijbel (1983), Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) 2004, Het Boek (1988), Bijbel in Gewone Taal (BGT) 2014 en Herziene Statenvertaling (2010). Op internet zijn Bijbelvertalingen te vinden op: www.debijbel.nl

 

Statenvertaling (1637)

Deze protestantse  Bijbel uit 1637 was tot halverwege de vorige eeuw de  meest gebruikte vertaling. De vertalers hebben de woorden en zinnen in de oorspronkelijke talen overgezet in wat toen gewoon Nederlands was.

De eerste uitgaven hadden uitgebreide aantekeningen en ook de zogenaamde apocriefe boeken waren vertaald. In latere jaren is de schrijfwijze van woorden gemoderniseerd. Toch is de vertaling voor gewone lezers nu ook nog moeilijk te lezen.

Deze vertaling was mijn tweede Bijbel, naast de Engelse King James Version. Toen ik in 1961 al lezend in Leviticus aankwam, waarin de offers van vaarzen (dat zijn eenjarige kalveren) stonden, kreeg ik de NBG 1951 (NBG51).

 

Bijbel Vertaling (1951 NBG 51)

Deze vertaling is wellicht het meest bekend onder de generatie die na de oorlog is geboren. Vaak wordt  het “de nieuwe vertaling” genoemd, ter onderscheiding van de oude Statenvertaling.  De vertaling was gebruikelijk in Protestantse kerken en gemeenten.

Gemaakt door oudere hoogleraren was het gebruikte Nederlands eigenlijk nog vooroorlogs. De vertaling was gebaseerd op de wetenschappelijke uitgaven van de oorspronkelijke talen. Toch was het ook een voortzetting van de Statenvertaling. Dat is vooral daaraan te zien dat, waar er in het huidige Griekse testament woorden of gedeelten ontbreken, zij wel in de NBG51 staan en dan wel tussen vierkante haakjes.

 

Willibrordvertaling (1995)

Dit is een Rooms-Katholieke vertaling, die echter door Rome niet is goedgekeurd om in de viering (of mis) gelezen te worden. Er is strikt genomen niets specifiek Rooms aan deze vertaling. Daarom zijn zeer behoudende katholieken er niet over te spreken.

De tekst in de duurdere uitgaven gaat gepaard met inleidingen, aantekeningen en tekstverwijzingen die uiterst nuttig zijn. Zo worden onder andere personen en plaatsen uitgelegd.

 

Groot Nieuws Bijbel (1983)

Deze vertaling uit 1983 was niet bedoeld voor kerk en kansel,  maar voor mensen die het ouderwetse Nederlands van de NBG 1951 niet konden volgen. De ondertitel was dan ook “een vertaling in omgangstaal”. Aan deze vertaling lagen nieuwe inzichten ten grondslag, opgedaan door vertalers die werkten in talen die helemaal anders waren dan Grieks, Hebreeuws en westerse talen.

De nieuwe werkwijze was als volgt. De grondtalen werden omgezet (aanvankelijk in Engels) in kernzinnen met verbindingswoorden. Dan werden de kernzinnen in begrijpelijk Nederlands omgezet. Daarnaast werden begrippen geanalyseerd en zo nodig vereenvoudigd. Zo is het woord “schaap” in landen waar geen schapen zijn, vertaald als “dier dat op een lama lijkt”. Deze vertaling was een gezamenlijke uitgave van het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting.

De uitgave is herzien in 1996. Daarbij is de Nederlandse spelling aangepast aan de nieuwe regels. Deze uitgave is in de zondagschool van De Oase gebruikt tot in 2014 de Bijbel in Gewone Taal uitkwam.

 

Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) 2004

Het idee voor een nieuwe Bijbelvertaling voor de kerken kwam van het Nederlands Bijbelgenootschap. Ik was in de vergadering van de Raad van Contact en Overleg betreffende de Bijbel, een overlegorgaan van bijbelproducenten en bijbelgebruikers dat nu niet meer bestaat.

In Engeland was in 1970 een nieuwe vertaling verschenen, de “New English Bible”, in 1989 herzien uitgegeven als de “Revised English Bible”.

Het nieuwe van deze vertaling was dat het geen voortzetting was van de vertaaltraditie die teruggaat tot William Tyndale en die in de King James Versie en diens opvolgers zoals de Revised Version en de Revised Standard Version, vervat is.

Zo is de Nieuwe Bijbelvertaling niet een herziening van de Statenvertaling.

De NBV-vertaling is literair en richt zich op de geoefende Nederlands lezer. Dat is ongeveer 40% van de Nederlanders. Er is vertaald door twee mensen met steeds een bijbeltaalkenner en een Neerlandicus.

Het lijkt dat naarmate geleerden beter worden in Hebreeuws en Grieks zij minder oog hebben voor wat goed en verstaanbaar Nederlands is. Daarvoor zorgen is de taak van de Neerlandicus. Daarenboven waren er uit allerlei kerken en synagogen supervisoren aangetrokken die commentaar gaven op de concepten. Ik had het voorrecht om dit gedurende het hele traject, 13 jaar lang dus, te mogen doen.

Belangrijk bij het vertalen is het onderscheid tussen taalkenmerken en tekstkenmerken. Taalkenmerken zijn taaleigen en moeten niet vertaald worden, tekstkenmerken wel. Hierin is een verschil te zien met de Statenvertaling en de Herziene Statenvertaling. Er is 13 jaar aan de vertaling gewerkt en op dit moment wordt er aan een herziening gedacht. Deze vertaling is nu de kanselbijbel in de PKN en vele andere kerken. In 2016 is deze vertaling gekozen tot boek van het jaar.

Tot zover een eerste aantal Bijbeluitgaven. In oktober zal dit hoofdstuk ‘Enige Nederlandse Bijbels’ worden afgesloten met de bespreking van de Bijbel in gewone Taal (2004) en de Herziene Statenvertaling (2010).

 

Het Boek

Een eigentijdse verwoording van de Bijbel volgens het principe van de Living Bible (1988)

Het Boek ben ik vooral tegengekomen in bijeenkomsten van Aglow, waar de zangleidster opende met een gedeelte dat haar had aangesproken. Zoals de ondertitel aangeeft is Het Boek niet een vertaling uit de brontalen Hebreeuws en Grieks, maar een na vertelling (parafrase).

De Amerikaan, Kenneth Taylor, zette zijn navertelling van de Bijbel aan zijn kinderen op papier. In 1962 kwam als eerst de brieven uit in het Engels, en in 1971 de hele Bijbel.  In 1996 kwam er een nieuwe uitgave, nadat 90 deskundigen in Hebreeuws en Grieks er vele jaren aan hadden gewerkt.

Het Boek kwam uit in 1988. Onduidelijk is in hoeverre dit een vertaling is uit het Engels, of een navertelling van de oude Statenvertaling. In tegenstelling tot de oorspronkelijke Living Bible blijft de Statenvertaling bij de Griekse tekst die ten grondslag ligt aan de Statenvertaling.  Daarmee wordt voorbijgegaan aan 500 jaar werk aan een betere tekst. De weergave is steeds in twee kolommen, waardoor dichterlijke stukken niet duidelijk zijn.

Elk Bijbelboek wordt voorafgegaan door een korte inleiding. Die horen niet bij de tekst van de Bijbel, maar geven weer hoe de vertalers het zien. Soms is dit te summier om recht te doen aan het complexe en boeiende proces waardoor we de Bijbel  hebben gekregen. Soms komen in het Boek achterhaalde gedachten voor. Zo is het Hooglied NIET een drama, waarin een herderinnetje de boze Salomo weerstaat om herenigd te worden met haar verloofde. Deze lezing wordt sinds lang terecht afgewezen.

Parafrasen van de Bijbel hebben hun nut gehad toen er vooral vertalingen waren in verouderde taal, en dan nog woord voor woord vertaald. Thans zijn er recentere vertalingen, waar niet getracht is woord voor woord te vertalen waar dat nodig was. Wie een begrijpelijke Bijbel, zoekt is thans goed uit met de Bijbel in gewone taal. Met de Nieuwe Bijbelvertaling is er een vertaling gekomen die recht doet aan de taalkundige rijkdom van de Bijbel, beide vertalingen lezen geeft bifocaal zicht.

 

Bijbel in gewone taal (BGT) 2014

In zeven jaar tijd is deze vertaling gemaakt. Het is een echte vertaling uit de grondtalen in “gewoon Nederlands”. Wat is gewoon Nederlands? Kort gezegd, bekende woorden en eenvoudige zinsbouw zonder hele lange zinnen. Gewone woorden zijn woorden die te vinden zijn in een lijst die aangeeft welke woorden bijna alle Nederlands sprekenden zullen kennen. In de vertaling zijn alleen die woorden gebruikt, behalve als het niet anders kon. Een voorbeeld. In Lucas 7:2 is sprake van een honderdman (Statenvertaling), centurio (NBV), Romeins officier (BGT). Welke weergave begrijpt u onmiddellijk?

Dan zijn er afspraken over zinsbouw, steeds met niet meer dan één bijzin. Immers, alleen maar enkelvoudige zinnen is eentonig, maar zinnen met bijzinnen van allerlei soort zijn niet voor alle lezers goed te volgen. Tot slot wordt beeldspraak concreet gemaakt.  Een voorbeeld. Psalm 23:1 NBG 51 “De HEER is mijn herder, mij ontbreekt niets”. BGT “De Heer zorgt voor mij, zoals een herder voor zijn schapen zorgt”. Evenals bij de NBV is voor deze vertaling gewerkt  door twee personen met een vertaler en een Neerlandicus.

Er zijn al een aantal uitgaven, bijvoorbeeld de Samenleesbijbel. Een predikant zei over deze vertaling dat hij na de schriftlezing minder uit te leggen had. Er is inmiddels een boekje verschenen van de vertalers met als titel: Een Bijbel zonder ark. Hierin worden vertaalkeuzes met humor en leuke illustraties toegelicht.

Deze vertaling is in het Nieuwe Testament gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke uitgave van het Griekse Nieuwe Testament, die aangeduid wordt als Nestle-Aland 28 editie.

 

Herziene Statenvertaling (2010)

De Herziene Statenvertaling wil geen nieuwe vertaling zijn, maar een hervertaling en herziening van de Statenvertaling van 1637. Daartoe is uiteraard de spelling bijgewerkt en onbekende en misleidende woorden vervangen. Er is zo veel mogelijk woord voor woord vertaald, terwijl aanvullingen cursief zijn gedrukt. De Godsnaam (YHWH) is steeds als HEERE weergeven. Wat mij opvalt, is dat ondanks de nadruk op woord voor woord, de vertalers van het Hebreeuws toch nieuwe inzichten gebruiken. Eerste voorbeeld. In de oude Statenvertaling komen wij talloze malen het woord “zeggende” tegen, waarna de directe rede volgt  d.w.z. wat iemand zegt (o.a. Deut. 9:13). Dit woord wordt weggelaten en vervangen door dubbele punt. Een tweede voorbeeld van nieuw inzicht is Zacharia 8:3; in de NBG51 nog “berg van zijn heiligheid” terecht vertaald als “de heilige berg”. De namen in deze Bijbel volgen niet de afspraken gemaakt tussen de Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting, waardoor de uitgaven van beide dezelfde schrijfwijzen krijgen. Opvallend is wel dat deze (herziene) vertaling, net als de meeste recente vertalingen proza in twee kolommen weergeven en dichterlijke stukken zonder kolommen.

Wij komen aan bij wat ik als een ernstige nalatigheid beschouw. De vertalers blijven bij de vorm van de Griekse tekst welke in 1637 ten grondslag lag aan de Statenvertaling. Daarmee wijzen zij 500 jaar tekstonderzoek met steeds meer gegevens en nieuwe inzichten af. (Zie het blad Met andere woorden, [16], 3& 4 Themanummer De bronteksten van de Bijbel.) Wat in de NBG51 tussen vierkante haakjes staat, staat in deze vertaling weer er helemaal in, en waar recentere vertalingen gebaseerd zijn op de meest recente resultaten van onderzoek naar de tekst, blijft deze vertaling bij een gedrukte Griekse tekst die aantoonbaar  minder goed is dan wat wij nu hebben.

Een voorbeeld:

In Openbaring 22:19 vinden we in de Herziene Statenvertaling: “En als iemand afdoet van de woorden van het boek van deze profetie, zal God zijn deel afdoen van het boek des levens, en van de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven zijn.” Het gaat hier om de woorden “boek des levens”. Wat is er mis? Het hele Nieuwe Testament is oorspronkelijk in de Griekse taal geschreven. De oorspronkelijke handschriften zijn in het Grieks steeds overgeschreven, en er zijn na verloop van tijd vertalingen gemaakt. Er is geen enkel Grieks handschrift dat de weergave “boek (des levens)” heeft. Alle Griekse handschriften hebben “boom (des levens)”.  Waar komt  het foutieve “boek des levens” vandaan? In het kort, Erasmus werd gevraagd een uitgave van het hele Nieuwe testament in het Grieks, met daarnaast een Latijnse vertaling, te verzorgen voor de drukpers. Deze uitgave was weliswaar de tweede uitgave van het Griekse testament dat gedrukt werd, maar toch de eerste die op de markt kwam in 1516. Het was een groot succes, ofschoon er vele drukfouten in zaten. Erasmus had maar een paar Griekse handschriften tot zijn beschikking. Niet één daarvan had het hele Nieuwe testament. Zijn ene handschrift met het boek Openbaring was in de twaalfde eeuw gemaakt. De bladzijde met de laatste 6 verzen van het boek Openbaring was verloren gegaan in dit handschrift. Dat was geen probleem voor Erasmus. Die vertaalde gewoon de laatste 6 verzen, waaronder vers 19, vanuit het Latijn naar het Grieks. In een aantal latere handschriften van de Bijbel in het Latijn, de Vulgaat genoemd, was een fout ingeslopen. In plaats van “ligno”(boom) stond er ”libro” (boek). Deze fout is blijven staan in de daarop volgende uitgaven, die de basis waren voor de oude Staten vertaling en de King James Version. Dit is een voorbeeld waarin de Herziene Statenvertaling  tegen beter weten in, n.l. tegen alle Griekse handschriften, een fout in de Statenvertaling handhaaft.

 

Slotvraag

Welke vertaling heeft u en leest u? Een gemeentelid vertrouwde mij toe dat zij altijd eerst in De Bijbel in Gewon Taal  leest en dan hetzelfde stuk in de Nieuwe Bijbelvertaling. Een prima idee.

 

Op de kaart