Zoals aangekondigd aan het begin van het nieuwe seizoen 2022-2023 zal John Karsten regelmatig een studie-onderdeel over het Onze Vader schrijven voor het Weeknieuws. Om het voor lezers eenvoudiger te maken, plaatsen we hier ook de onderdelen van die studie. 

Onze Vader deel 1

Een vast gebed voor volgelingen van Jezus

Lukas vertelt ons dat Jezus het Onze Vader gebed aan Zijn leerlingen leerde toen zij er om vroegen. Mattheus heeft het opgenomen in de Bergrede.

Waarom vroegen de leerlingen om een gebed, namelijk een vaste formule die zij steeds en samen konden bidden?

Drie redenen

1. Vaste gebeden die je oplas of uit je hoofd kende waren heel gewoon in het Jodendom. Er zijn gebeden voor ochtend, avond en voor de maaltijd. Het belangrijkste synagoge gebed is de Amida. Dit Hebreeuwse woord betekent letterlijk “het staan” omdat de mannen (alleen mannen boven de 13) dit gebed staande bidden.

Het gebed heet ook wel Het achttiengebed omdat er oorspronkelijk 18 zegenbeden zijn. Nu zijn het er 19 maar de naam is gebleven. Niet alles in de Amida zoals het nu gebeden wordt in de synagoge, gaat terug tot de tijd voor de vernietiging van de tempel in 70 na Christus.  Veel van de psalmen in onze bijbel zijn gebeden die je kunt gebruiken al naar gelang je nood. Christenen waren gewoon om drie keer per dag, zo mogelijk in een groep, het Onze Vader te bidden.

2. Door het gebruik van een vast gebed kon men weten wie een volgeling van Jezus was, immers, die bad met andere leerlingen steeds dit gebed.

3. Door een vast gebed kon Jezus samenvatten wat Hij belangrijk vond om voor te bidden. Lees de tekst van het gebed en je weet wat Jezus belangrijk vindt. Opmerkelijk is dat er niets in dit gebed staat dat een gewone Jood niet zou kunnen bidden. Tijdens de tweede wereldoorlog leerden ondergedoken Joodse kinderen het Onze Vader, om de Nazi’s te kunnen misleiden.

Tot slot nog een grappig verhaal. T.B. Barratt (1862-1940) was een leider in de Pinksteropwekking in Noorwegen. Zo stichtte hij in 1916 de Filadelfia (Pinkster) kerk, nog steeds de grootste in Noorwegen. Hij was eerder predikant geweest in de Methodistenkerk. Die kerk heeft nog veel van de liturgie van de Anglicaanse kerk, inclusief een gebedenboek. Barrett kende vele van die gebeden van buiten en soms bad hij die hardop in een Pinkstersamenkomst. Eens na een dienst waarin hij zo’n gebed had gebeden kreeg hij na afloop een compliment. “Wat heeft u mooi gebeden. Veel mooier dan de gebeden in het dienstboekje van die andere stijve kerken”.

Wat moeten wij doen? Bidden! Regelmatig en constant bidden! Dit kan een vrij gebed zijn, maar een goed vast gebed is een gave, vooral het gebed dat Jezus zelf gaf.

 

Onze Vader deel 2a

De aanhef “Onze Vader”.

Wij beginnen bij het begin van het gebed. Wij staan er niet bij stil, maar elk gebed begint gewoonlijk met een aanhef. Daarin wordt rechtstreekst tot God gesproken en kunnen luisteraars weten tot welke God gebeden wordt.

Wij kijken naar de aanhef in Matteüs en in Lukas, steeds in de NBV21 vertaling. Onze Vader ... (Matt. 6:9) en Vader...(Lukas 11:2).

Vanwaar het verschil? Jezus heeft het gebed aan zijn leerlingen geleerd in de Aramese taal. Dat gebed is vanuit het Aramees vertaald naar het Grieks, zodat Grieksprekenden het gebed konden bidden. De verschillen zijn terug te voeren op verschillende vertaalwijzen.

Eerst iets over de Aramese taal. Die taal is oud. Zo wordt het al gesproken door Laban en zijn familie in Mesopotamië. Dat zien we in Genesis 31:47. In de tijd van de koningen was het internationaal de handels- en diplomatentaal (2 Kon. 18:26 NBV21). Later, toen velen terugkwamen uit de Babylonische ballingschap, namen ze de Aramese taal mee. Daardoor waren veel mensen tweetalig, Hebreeuws en Aramees. Jezus sprak gewoonlijk Aramees, maar zal ook Hebreeuws en Grieks beheerst hebben. Meertaligheid was en is in het Midden-Oosten eerder regel dan uitzondering.

Wij weten dat Jezus God in gebed aansprak met “Abba” (Marcus 14:36). In 20 andere plaatsen vinden we in de Evangeliën bij gebeden van Jezus alleen het Griekse ”vader”. Het Aramese woord “abba ” is bekend van Galatïe tot Rome (Gal. 4:6; Rom. 8:15). In alle drie de voorgaande teksten wordt het Aramese woord “abba” onmiddellijk in het Grieks vertaald met “de Vader”.

Wat weten we van dit woord? Het is een Aramees woord in de aanspreekvorm. Het is een van de eerste woorden die Arameessprekende kinderen zouden leren, zoals “mama, papa”. Volwassen kinderen bleven het gebruiken voor de biologische vader, en soms voor oudere mannen. Het komt ook voor in Hebreeuwse teksten en kan vertaald worden met “onze vader”, waar het zinsverband dit duidelijk maakt. Voor zo ver we kunnen nagaan is Jezus de enige die God zo aansprak. Het laat zien hoe intiem Jezus’ relatie was met zijn Vader. En Hij staat zijn volgelingen toe met Hem God Vader te noemen (Joh. 20:17).

Matteüs gebruikt een vertaling in het Grieks van het gebed waarbij “abba” is vertaald met “Onze Vader”, immers taalkundig mogelijk en nodig, want God is de Vader van alle volgelingen van Jezus, en die bidden gezamenlijk tot Hem.

 

Onze Vader deel 2b

Onze Vader die in de hemel is (Matteüs 6: 9a NBV21)

De eerste zin van het “Onze Vader”-gebed, heeft de aanhef  “Onze Vader” en gaat verder met een bijzin, ”die in de hemel is”. Deze bijzin maakt duidelijk tot welke Vader God gebeden wordt.

Is dat een vraag?

Niet voor Joden en Christenen, want die weten dat er maar één God is 1 Kor. 8:4b-7 NBV21 zegt: Wij weten dat alle afgoden in de hele wereld niets voorstellen en dat er maar één God is. Ook al zijn er zogenaamde goden, in de hemel of op aarde – en zo zijn er immers heel wat goden en heren -, wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven.

Echter, in de toenmalige heidense wereld waren er meer “vader” goden. Zij heetten zo omdat zij goden hadden verwekt en ook, door seksuele omgang met vrouwen, halfgoden hadden verwekt. In die tijd was er in Rome een keizer, die zichzelf ook opwierp als “vader” van alle vaders en huisgezinnen. Dit was al begonnen met Caesar Augustus en leidde allengs tot keizeraanbidding. Duidelijkheid over tot welke ”vader” gebeden wordt, is dus nodig.

De uitdrukking “de God van de hemel” komt voor in het Oude Testament, en vooral na de vernietiging van de eerste tempel in 586.

Psalm 115:2,3  

Waarom zeggen de volken:

“Waar is die God van hen?”

Onze God is in de hemel,

Hij doet wat Hem behaagt.’

 

De God van Israël is niet plaats gebonden. Die God is de God in de hemel, en dus overal God, ook bij de ballingen. Jezus noemt God ook jullie Vader in de hemel (Matt. 5:45; 6:1). Die ene God is ook de Almachtige. Deze uitdrukking betekent in de eerste plaats dat God zijn macht niet deelt met enig andere god.

In het heidendom is niet een god of godin almachtig, want met vele goden is elk machtig op zijn gebied (de zee bij voorbeeld) of op zijn wijze (met bliksem).

De God van Israël is de enige bestaande God, almachtig en overal aanwezig (alomtegenwoordig). Dus mogen wij tot Hem bidden altijd en overal, en vertrouwen dat God de macht heeft om zijn wil door te zetten.

 

Onze Vader deel 3 

Het einde

Voordat we verder gaan met de volgende regels van het Onze Vader kijken we eerst naar het einde van het gebed. Als we nauwkeurig kijken is de vraag eigenlijk: hoe eindigt het gebed volgens:

A. NBV 21.

 [Want aan U behoort het koningschap, de macht en de majesteit, in eeuwigheid. Amen.]

NBV21 heeft een voetnoot, namelijk: “6:13 Het gedeelte tussen vierkante haken is een oude toevoeging aan de Griekse tekst.”

B. het Evangelie van Mattheus.

Deze opmerking is terecht. Dit gedeelte staat niet in de oudste handschriften en vertalingen en niet bij oude kerkvaders. Het gebed eindigt  met “maar red ons van het kwaad”.  Jezus zelf heeft het gebed zo beëindigd dat iedere bidder naar keus een lofprijs kon kiezen en uitspreken.  Gebruikelijk in de synagoge, maar niet bij heidense christenen.  Er zijn een aantal andere  aanvullingen te vinden in latere handschriften, allemaal lofprijzingen.  Deze NBV21 aanvulling  lijkt een bewerking te zijn van het gebed van koning te zijn van David in 1 Kron. 29:11-13 NBV21  “Geprezen bent U, HEER, God van onze voorvader Israël, voor altijd en eeuwig. 11U, HEER, bent groots en machtig, vol luister, roem en majesteit. Alles in de hemel en op aarde behoort U toe, HEER, U bezit het koningschap en de heerschappij . 12Roem en rijkdom zijn van U afkomstig, U heerst over alles. In uw hand liggen macht en kracht besloten, U beslist wie groot en machtig is.”

C de eerste protestantse Bijbelvertalingen, (King James Version, Statenvertaling) op basis van de gedrukte Griekse tekst van Erasmus.

Deze aanvulling stond in het late handschrift dat Erasmus gebruikte voor zijn gedrukte Griekse Nieuwe Testament. Deze tekstuitgave is vertaald naar het Duits (Luther), Engels (Tyndale, Coverdale, King James Version) en Nederlands (Statenvertaling) tijdens en na de hervorming.

D. Protestantse gebeden vanaf Koning Henry VIII.

De Engelse koning Henry VIII, hoofd van de Anglicaanse kerk, beval de toevoeging in de Anglicaanse liturgie op te namen.

E. Rooms katholieke gebeden. 

In de Rooms-katholieke kerk bidt men nog steeds zonder dit einde, wat ook het geval was in alle kerken voorafgaande aan de Hervorming. Een bevriende oud-voorganger vertelde mij over zijn reis met een groep katholieke priesters naar het land Israël. Als protestant viel hij op toen hij op verzoek het “Onze Vader” bad, en wel met de aanvulling hierboven genoemd.

Tot slot: bid het “Onze Vader” met het einde, maar besef daarbij dat het einde een lofprijs is aan onze God en Vader.

 

Onze Vader deel 4

De vorm 

De NBV21 drukt proza af in twee kolommen en poëzie zonder kolommen. Het “Onze Vader” in Matteüs 6:9-13 wordt zonder kolommen afgedrukt. Zo is de dichterlijke structuur goed te zien. Gedichten worden in taal uitgedrukt door taal en getalsverhoudingen te gebruiken. Een goed gedicht kun je als zodanig horen. Het” Onze Vader” is een gebed om van buiten te kennen en regelmatig met anderen te bidden. Wij kijken naar het gebed en zijn vorm.

Onze Vader in de hemel,

laat uw naam geheiligd worden,

10  laat uw koninkrijk komen,

laat uw wil gedaan worden

op aarde zoals in de hemel.

11 Geef ons vandaag het brood

dat wij nodig hebben.

12 Vergeef ons onze schulden,

zoals ook wij vergeven

wie ons iets schuldig is.

13 En breng ons niet in beproeving,

maar red ons van het kwaad.

[Want aan U behoort het koningschap,

de macht en de majesteit,

in eeuwigheid. Amen.]

De eerste regel is de aanhef. De volgende verzen 9b-10 zijn een drievoudige bede waarin God gevraagd wordt te handelen. Elke bede begint in het Nederlands met “laat”. Dat geeft aan dat de werkwoordconstructie de aanvoegende wijs is. Hiermee wordt een wens, een raadgeving of een aansporing geuit. De drie werkwoorden zijn in de lijdende (passieve) vorm, te zien aan “worden”. De lijdende vorm hier, naar Joods gebruik, wijst naar God als actief handelend. Dus: God, heilig Uw naam, breng Uw koninkrijk, doe Uw wil. In het Grieks begint elke bede met een werkwoord en elk werkwoord eindigt op ”theto” Daarmee zijn die drie beden te zien als bij elkaar horend.

Dan volgen de verzen 11-13 met beden om wat wij nodig hebben, brood, vergiffenis, redding. Het gebed telt in totaal zeven beden, elk met een eigen werkwoord. De werkwoorden in de verzen 11-13 zijn in het Nederlands en het Grieks in de gebiedende wijs. In het Grieks wordt de gebiedende wijs ook gebruikt om een beleefd verzoek te richten aan een meerdere, vooral in gebed tot God. Ongeveer zoiets als  “geef, alstublieft”.

Het slot tussen [haakjes] is een latere toevoeging, zoals de NBV21 zelf aangeeft in een voetnoot (zie  Onze Vader deel …). Het stuk is te verstaan als een lofprijzing aan God met drie eigenschappen die tot in eeuwigheid zullen duren, namelijk, koningschap, macht, majesteit.

“Amen” sluit het gebed, waarmee de bidder betuigt in te stemmen met hetgeen gebeden is.

 

Onze Vader deel 5

Eerste drie beden

De eerste bede bij zowel Mattheüs 6:9b als Lukas 11:2b is: laat Uw naam geheiligd worden. Oudere vertalingen geven dit weer als: Uw naam worde geheiligd. In beide gevallen is sprake van werkwoorden in de aanvoegende wijs, te zien aan “laat” of “worde”. Deze wijs drukt een wens uit.

Het Grieks heeft een gebiedende wijs van de derde persoon enkelvoud. Deze wijs wordt gebruikt voor een eerbiedig verzoek van een mindere aan een meerdere. Het werkwoord is verder in de lijdende vorm.

De eerste drie beden zijn steeds in deze wijs en vorm. Alle drie zijn gericht tot God met het verzoek te handelen naar wat gevraagd wordt. Naar Joods gebruik vermijdt men door de lijdende vorm te gebruiken rechtstreeks God tot handelen aan te sporen. De betekenis is evenwel: God, heilig uw naam.

Maar wat betekent dit? Eerst wat de bede niet betekent. Deze is niet een oproep aan ons om Gods naam niet ijdel te gebruiken of door ons leven Gods naam niet te beschamen. Dit zijn zeker dingen die wij als christen te doen hebben, maar dat is niet wat deze bede inhoudt. Immers de bede is gericht tot God. Het verzoek is dat Hij zelf ingrijpt. Zijn naam is zijn reputatie. God is de enige God. De bede is dat God zich zal tonen als God door de geschiedenis ten einde te brengen en Zijn koninkrijk te vestigen op aarde.

De tweede bede:  ‘laat Uw koninkrijk komen’ vraagt dat God zijn heerschappij opneemt.

De derde bede komt niet voor bij Lukas, maar verduidelijkt de eerste twee. Immers als Gods wil ten volle geschiedt dan is zijn Naam geheiligd en zijn Koninkrijk gekomen.

Vrijzinnige theologen zoals Ritschl en Harnack beperkten Gods koninkrijk tot een ethisch streven. Als iedereen zou leven overeenkomstig de 19e-eeuwse Duitse burgerlijke beschaving  dan was het koninkrijk een feit. De eerste wereldoorlog weerlegde dit idee.

Thans geschiedt Gods wil ten volle in de hemel. Planeten en sterren en engelen doen wat Hij wil. Op aarde is het nog niet zo ver. Vandaar dit gebed. En de opgave om in ons eigen leven te streven Gods wil te doen.

Hierin mogen wij Jezus volgen, die in de hof van Getsemane bad: Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede.

 

Onze Vader deel 6

Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben  (Matt. 6:11 NBV21)

 

De vier beden die volgen, richten zich op wat wij nodig hebben. Zij beginnen met een werkwoord in de gebiedende wijs. In het Grieks wordt deze wijs ook gebruikt om een verzoek tot een meerdere te richten.

De eerste bede, boven deze tekst afgedrukt, werd eertijds vertaald met “geef ons heden ons dagelijks brood”. Lukas 11:3 NBV21 is vertaald als: “Geef ons dagelijks het brood dat wij nodig hebben”.

Achter de zichtbare verschillen van “vandaag” (Matteüs) en “dagelijks” (Lukas) is een verschil in werkwoorden. Matteüs heeft een werkwoord in de gebiedende wijs die gebruikt wordt voor een eenmalige handeling, Lukas heeft een andere gebiedende wijs die gebruikt wordt voor herhaalde handelingen, gevolgd door de uitdrukking “dagelijks”.

 

Waarom wordt er gebeden voor brood?

In het Midden-Oosten was brood het basisvoedsel. Aardappelen en rijst waren er niet. Brood staat voor wat wij nodig hebben voor ons dagelijks leven.

 

De uitdrukking “dat wij nodig hebben” is in beide evangeliën (Matteüs en Lukas) de vertaling van een en hetzelfde woord. Dit woord komt niet voor vóór het ontstaan van onze evangeliën.

Origenes, een Griekse kerkvader, meent dat de evangelisten het woord hebben bedacht. Er zijn meerdere vertaalvoorstellen gedaan, waarvan ik er drie zal bespreken.

 

  1. Als wij kijken naar de mogelijke betekenissen van de twee woorden die samen het nieuwe woord vormen dan is een van de mogelijkheden te vertalen met “wat nodig is om te bestaan”.

 

  1. Ook mogelijk is “ons rantsoen”.

 

  1. Een laatste mogelijkheid heeft mijn voorkeur, namelijk: geef ons vandaag wat nodig is voor brood voor morgen. Immers, in het oude Oosten heeft men vandaag graan nodig als men morgen brood wil bakken. Graan moet gemalen worden, vaak met een handmolen, meestal bediend door een vrouw. Dat is vier uur werk per portie voor één persoon. Dan moet het meel nadat er zuurdesem in is gedaan, een nacht rijzen. Pas morgen kan het gebakken worden. Dus brood voor morgen vereist graan vandaag.

Deze vertaling wordt ook ondersteund door een opmerking van de Latijnse kerkvader Jeronimus van Bethlehem.

Hij verwijst naar een vertaling van het Griekse evangelie van Matteüs in het Aramees. Daar wordt het woord in kwestie vertaald met het Aramese woord voor “morgen”.

Ongeacht de vertaling is de betekenis als bede wel duidelijk. Geef ons wat nodig is voor ons aards bestaan, waarbij wij wel meewerken door arbeid, al dan niet op het land.

 

Op de kaart

Image result for anbi logo